oorkonde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Cornelis Verolme op Wikipedia (nl) (links) met zijn vrouw bij het in ontvangst nemen van de oorkonde en de penning bij zijn benoeming tot ereburger van Heusden.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oor·kon·de
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘schriftelijke getuigenis’ voor het eerst aangetroffen in 1806 [1]
  • (erfwoord): Middelnederlands (o)orconde ‘getuigenis, bekendmaking die van een instantie uitgaat; loon voor een getuigenisʼ, afleiding uit erkennen ‘erkennen, leren kennen’.[2] Evenzo afgeleid zijn Nederduits Orkunn ‘officieel geschrift’ en Duits Urkunde ‘rechtskrachtige akte’.
enkelvoud meervoud
naamwoord oorkonde oorkonden
oorkondes
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

oorkonde v

  1. (oorkondeleer, diplomatiek) een bezegelde en in tegenwoordigheid van meerdere getuigen ondertekende shriftelijke akte die bekendheid gaf van een rechtsfeit of -handeling
  2. officiele, schriftelijke getuigenis
     René Eggink (19) en Thomas Olsman (18) redden eind vorig jaar een drenkeling uit het kanaal in Vroomshoop. Een half jaar later krijgt het duo een oorkonde voor die heldendaad. Vinden ze mooi. „Maar het had niet gehoeven. Zoiets doe je gewoon.”[3]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen