oorkonde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oor·kon·de
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘schriftelijke getuigenis’ voor het eerst aangetroffen in 1806 [1]
  • afgeleid van konde (afl. van erkennen) met het voorvoegsel oor- [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord oorkonde oorkonden
oorkondes
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

oorkonde v

  1. (geschiedenis) een bezegelde en in tegenwoordigheid van meerdere getuigen ondertekende shriftelijke akte die bekendheid gaf van een rechtsfeit of rechtshandeling
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen