lint

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord lint linten
verkleinwoord lintje lintjes
Woordafbreking
  • lint

Zelfstandig naamwoord

lint o

  1. (kleding) lange, smalle strook stof
    De medaille hing aan een helder gekleurd lint.
Uitdrukkingen en gezegden
  • door het lint gaan
alle remmingen laten varen
Vertalingen