kanselarij

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kan·se·la·rij
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het me Latijn, in de betekenis van ‘griffie’ voor het eerst aangetroffen in 1530 [1]
  • afgeleid van kansel met het achtervoegsel -arij [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord kanselarij kanselarijen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kanselarij v [3]

  1. (geschiedenis) bureau waar de oorkondes en andere documenten van een bepaalde vorst of andere bestuurlijke instelling werden opgesteld, bezegeld en uitgevaardigd, griffie
  2. kantoor van een gezantschap of consulaat
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen