munten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

[1]

Woordafbreking
  • mun·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
munten


muntte


gemunt


zwak -t volledig

Werkwoord

munten (overgankelijk)

  1. (financieel) een stuk metaal omvormen tot een munt
    In Dorestad werden lange tijd sceatta's gemunt, die in het belendende Frankische Rijk in ruime omloop waren.
  2. iets of iemand als mikpunt hebben
    Zij hebben het altijd weer op hem gemunt.
  3. (taalkunde) een nieuw woord introduceren
    Tot slot is het interessant te bezien door wie woorden worden gemunt. [2]
Verwante begrippen

Zelfstandig naamwoord

munten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord munt
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Chronologisch woordenboek (2001), Nicoline van der Sijs