muntjak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

1. Een Indische muntjak (Muntiacus muntjak).
Uitspraak
Woordafbreking
  • munt·jak
Woordherkomst en -opbouw
  • van Soendanees mencek in de betekenis "blaffend hert" aangetroffen vanaf 1887 (zie vindplaats hieronder) [1] [2]
    Op grond van de uitspraak is ontlening van de Neolatijnse naam aan het Nederlands aannemelijker dan omgekeerd.
enkelvoud meervoud
naamwoord muntjak muntjaks
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

muntjak m

  1. (zoogdieren) benaming voor kleine hertachtigen uit het geslacht Muntiacinae op Wikispecies, die een blaffend geluid voortbrengen en zoals die voorkomen in Oost-Azië
     Hoe lastig is het om voor kwetsbare zoogdieren te zorgen? Van Gennep: „Nou, ik sta hier bij een stekelvarken dat zojuist een hok ondersteboven heeft gewoeld. Ik ben blij dat het niet mijn achtertuin is.” En een muntjak? „Die moet je niet willen. Schichtige dieren die opspringen als je ze laat schrikken. Daarbij breken ze al hun botjes. Dus als een dierenarts zo’n dier een wormenpil wil geven, neem dan gelijk de spalkjes maar mee.”[3]
     Want de tanden – muntjaks hebben tanden – konden van geen ander hert zijn.[4]
      En wanneer dan de boschhaan, gallus furcatus, met zijn kort gekraai, ten blijke dat hij uit vrijen gaat, hem in zijn overpeinzingen stoort, dan wel het blaffende geluid van den muntjak, Cervus muntjac, hem waarschuwt ijlings op te breken, wil hij nog voor het invallen van den donker zijn kampong bereikt hebben, omdat het namiddaguur reeds ver gevorderd is, dan ook is het laatste zoet uit den beker alsem geworden en breekt hij op naar die kille werkelijkheid, zijn woning, het beeld van armoede en ellende, de wrok in het gemoed tegen die Westerlingen, welke, volgens zijn hoofden, de eenige bewerkers zijn van al zijn zorgen, zwoegen en sloven.[5]
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

20 % van de Nederlanders;
28 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. muntjak op website: Etymologiebank.nl
  2. "muntjak" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  3. Bronlink geraadpleegd op 13 oktober 2020 Weblink bron Arjen Schreuder & Merijn de Waal “Dit is wél een huisdier. En dát niet” (30 januari 2015) op nrc.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 13 oktober 2020 Weblink bron “Hert na 78 jaar herontdekt” (25 oktober 2008) op nrc.nl
  5. Bronlink geraadpleegd op 13 oktober 2020 Weblink bron W.H. Senn van Basel Onze Oost. in: Tijdschrift voor Neerland's Indië, jrg. 16 deel2 nr. 6 (1887), p. 329
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be