tandpasta

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tand·pas·ta
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tandpasta tandpasta's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tandpasta m en o

  1. een poetsmiddel voor de tanden
    • Doe je voor het poetsen wel tandpasta op je borstel? 
     Ten derde is het voor adverteerders van belang om loyaliteit naar een merk zo vroeg mogelijk te stimuleren, zegt Van Reijmersdal. "Als kinderen op jonge leeftijd een bepaald merk tandpasta gebruiken, is de kans groot dat ze dit later als volwassene ook blijven gebruiken."[1]
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 2 juli 2022 Weblink bron “Waarom juist kinderen zo interessant zijn voor sociale media” (09 oktober 2021), NU.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • tand·pas·ta
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

tandpasta g

  1. tandpasta

Verwijzingen