contanten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·tan·ten
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord contanten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

contanten

  1. klinkende munt, kasgeld, cash
    • Heb jij nog wat contanten bij je want we kunnen hier niet pinnen. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.