snoep

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Snoep (Napoleons)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • snoep
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord snoep -
verkleinwoord snoepje snoepjes

Zelfstandig naamwoord

snoep o

  1. een meestal grotendeels van suiker vervaardigde lekkernij
    • Jij eet toch geen snoep voor het avondeten? 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
snoepen

snoep

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snoepen
    • Ik snoep. 
  2. gebiedende wijs van snoepen
    • Snoep! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snoepen
    • Snoep je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl