snoep

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Snoep (Napoleons)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • snoep
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord snoep -
verkleinwoord snoepje snoepjes

Zelfstandig naamwoord

snoep o

  1. een meestal grotendeels van suiker vervaardigde lekkernij
    • Jij eet toch geen snoep voor het avondeten? 
     Dat kinderen niet veel geld hebben, is volgens haar niet heel belangrijk voor adverteerders. "Ook kinderen kopen producten, zoals speelgoed of snoep. Daarnaast vragen ze hun ouders om producten. Uit onderzoek blijkt bovendien dat kinderen invloed hebben op welke auto hun ouders kopen en welke vakanties worden geboekt."[2]
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Anagrammen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
snoepen

snoep

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snoepen
    • Ik snoep. 
  2. gebiedende wijs van snoepen
    • Snoep! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snoepen
    • Snoep je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. snoep op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 2 juli 2022 Weblink bron “Waarom juist kinderen zo interessant zijn voor sociale media” (09 oktober 2021), NU.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be