lul

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Scheldwoord
Scheldwoord
Deze pagina bevat een woord dat door sommige mensen als ongepast kan worden ervaren. Deze woorden worden alleen vermeld voor de compleetheid. Anderszins ontmoedigt WikiWoordenboek het gebruik van dit woord.
Lul by Joost J. Bakker IJmuiden.jpg

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lul
enkelvoud meervoud
naamwoord lul lullen
verkleinwoord lulletje lulletjes

Zelfstandig naamwoord

lul m

  1. (informeel) het geslachtsdeel van de man, de penis
  2. (scheldwoord) een scheldwoord voor een man
  3. (vulgair) sukkel, schlemiel
    • Ik moet de trein halen, anders ben ik de lul. 
  4. v Arch. (1811) [1]: een klein driehoekig zeil dat voor op kleine schepen gezet wordt, kuiffok
    • Ik koos de lul voor 't zeil - Huygens. 
  5. v Arch. (1811) [1]: een houten pijp aan een pomp waaruit het water loopt
    • De lul zit los. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
lullen

lul

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lullen
    • Ik lul. 
  2. gebiedende wijs van lullen
    • Lul! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lullen
    • Lul je? 

Verwijzingen

  1. 1,0 1,1 Nederduitsch taalkundig woordenboek. P. Weiland 1807-1811