lulletje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lul·le·tje

Zelfstandig naamwoord

lulletje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord lul
Uitdrukkingen en gezegden

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.