klos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klos
enkelvoud meervoud
naamwoord klos klossen
verkleinwoord klosje klosjes

Zelfstandig naamwoord

klos v/m

  1. spoel waaromheen een draad gewonden is
    Heb je nog een klosje van deze rode draad?
  2. het slachtoffer
    De milieubewuste automobilist is de klos.
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie