loden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lo·den
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van lood met het achtervoegsel -en
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen loden

Bijvoeglijk naamwoord

loden

  1. van lood vervaardigd
    • Zijn stoffelijk overschot werd in een loden kist bewaard. 
enkelvoud meervoud
naamwoord loden lodens
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

loden m/o

  1. (textielindustrie) (kleding) waterdichte, zware dichte wollen stof, doorgaans groen van kleur
    • Hij jager was gekleed zijn loden overjas. 
Verwante begrippen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
loden
loodde
gelood
zwak -d volledig

Werkwoord

loden

  1. (scheepvaart) (verouderd) de waterdiepte peilen met een dieplood, en eventueel tevens een monster van de bodem nemen door een vetgemaakte holte in de onderkant van het dieplood
    • Bij het loden bleef de diepte gelijk evenals de soort opgehaalde grond. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
92 % van de Vlamingen.

Meer informatie