lead

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Zelfstandig naamwoord
    • [7]: Afkomstig van het Oudengelse werkwoord lead.
  • Werkwoord
    • Afkomstig van het Oudengelse werkwoord liðan.
Periodiek systeem der elementen (eng)
H He
Li Be B C N O F Ne
Na Mg Al Si P S Cl Ar
K Ca Sc Ti V Cr Mn Fe Co Ni Cu Zn Ga Ge As Se Br Kr
Rb Sr Y Zr Nb Mo Tc Ru Rh Pd Ag Cd In Sn Sb Te I Xe
Cs Ba * Hf Ta W Re Os Ir Pt Au Hg Tl Pb Bi Po
Fr **
* La Ce Pr Nd Pm Sm Eu Gd Tb Dy Ho Er Tm Yb Lu
** Ac U Np Pu Cf
enkelvoud meervoud
lead -

Zelfstandig naamwoord

lead

  1. leiderplaats
  2. voorsprong
  3. voorbeeld
  4. hoofdrol
  5. aanwijzing
  6. lijn
  7. (scheikunde) lood
Gelijkklinkende woorden
Afgeleide begrippen
vervoeging
onbepaalde wijs to lead
he/she/it leads
verleden tijd led
voltooid
deelwoord
led
onvoltooid
deelwoord
leading
gebiedende wijs lead

Werkwoord

lead

  1. besturen, leiden, voeren
  2. uitkomen (bij het kaartspel)
Gelijkklinkende woorden
Uitdrukkingen en gezegden
  • lead the way
voorgaan
  • lead on
paaien, voorgaan
  • lead up
omhoogvoeren
  • lead up the garden path
om de tuin leiden
  • lead up to
leiden tot