duiklood

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • duik·lood
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord duiklood
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

duiklood o

  1. het lood dat een duiker of snorkelaar bij het duiken/snorkelen, onderdeel van snorkeluitrusting of duikuitrusting.
    • Het duiklood zorgde ervoor dat de duiker zwaar genoeg was om onder water te blijven. 

Gangbaarheid