meter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • me·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord meter meters
verkleinwoord metertje metertjes

Zelfstandig naamwoord

meter

  1. m (natuurkunde), (eenheid) de SI-basiseenheid van lengte, weergegeven met symbool m
  2. m (techniek) meetinstrument, gereedschap of toestel om grootheden (maten, gewichten) te bepalen (zie ook meter)
    De wijzer van de meter mag niet in het rode gebied komen.
  3. m (techniek) iemand die metingen verricht of meters afleest
  4. v: een doopmoeder
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl


Engels

Zelfstandig naamwoord

meter (Amerikaans Engels)

  1. (natuurkunde), (wiskunde), (eenheid) meter
Verwante begrippen


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • me·ter
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
meter
metía
metido
volledig

Werkwoord

meter

  1. (overgankelijk) stoppen, opbergen, leggen
  2. storten (geld)
  3. doen begrijpen
Uitdrukkingen en gezegden
  • meter la pata ahora
een bok schieten, een flater begaan
Synoniemen
Verwijzingen