ellenlang

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • el·len·lang
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen ellenlang
verbogen ellenlange
partitief ellenlangs

Bijvoeglijk naamwoord

ellenlang

  1. buitengewoon en meestal vervelend lang
    • De helft van de personeelsleden zat te knikkebollen tijdens de ellenlange toespraak van de algemene directeur. 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.