loket

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Loket in Loemadjang (1939)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lo·ket
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘doorgeefraampje’ voor het eerst aangetroffen in 1380 [1]
  • Afgeleid van loke met het achtervoegsel -et [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord loket loketten
verkleinwoord loketje loketjes

Zelfstandig naamwoord

loket o

  1. (bouwkunde) een met glaswerk ed. beveiligd doorgeefluik in een scheidingswand of als deel van een balie, voor veilig afhandelen geldtransacties, kaartverkoop etc
    • De open balie is vervangen door een reeks loketten. 
  2. een kleine ruimte of klein vak of hokje in een kast, een schrijfbureau etc.
  3. virtuele plaats waar men op een veilige manier geldtransacties, kaartverkoop e.d. kan afhandelen
     Zij grijpen dus naast de 1.000 euro tegemoetkoming en moeten wachten tot een volgende ronde. Het loket gaat op 1 september en 1 november opnieuw open. Degenen die zich wel hebben kunnen aanmelden, krijgen binnen enkele dagen hierover een bericht.[3]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen