lengte

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leng·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van lang (+ umlaut) met het achtervoegsel -te. [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord lengte lengten
lengtes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lengte v

  1. (natuurkunde), (wiskunde) de grootste afmeting van een voorwerp
    • Die vrachtwagen heeft een enorme lengte. 
  2. de tijdsduur van iets
    • Wat is de lengte van deze film? 
  3. (aardrijkskunde) op welke meridiaan een plaats ligt
    • Op welke lengte ligt Amsterdam? 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen