besmetting

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·smet·ting
Woordherkomst en -opbouw
  • Naamwoord van handeling van besmetten met het achtervoegsel -ing.
enkelvoud meervoud
naamwoord besmetting besmettingen
verkleinwoord besmettinkje besmettinkjes

Zelfstandig naamwoord

besmetting v

  1. (medisch) blootstelling aan een ziektekiem
    Niet iedereen wordt van een besmetting ziek er zijn genoeg gezonde dragers van ziektekiemen.
  2. (natuurkunde) blootstelling aan een radioactieve isotoop, gewoonlijk door aanraking of inname
    Vooral een besmetting met radioactief jodium is gevaarlijk na een kernongeluk.
Vertalingen

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord besmetting besmettings

Zelfstandig naamwoord

besmetting

  1. (medisch)(natuurkunde) besmetting