hondsdol

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • honds·dol
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen hondsdol hondsdoller hondsdolst
verbogen hondsdolle hondsdollere hondsdolste
partitief hondsdols hondsdollers -

Bijvoeglijk naamwoord

hondsdol

  1. (medisch) besmet met rabiës
    • Die hond is toch niet hondsdol, hoop ik? 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen