dolzinnig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dol·zin·nig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen dolzinnig dolzinniger dolzinnigst
verbogen dolzinnige dolzinnigere dolzinnigste
partitief dolzinnigs dolzinnigers -

Bijvoeglijk naamwoord

dolzinnig [1]

  1. heel erg druk en dwaas
     Naar eigen zeggen heeft Kat ‘dolzinnige zaken’ meegemaakt tijdens zijn 72 uur achter tralies. Tot slot weet hij nog te melden: “Het was een rollercoaster ervaring, zelfs voor iemand die toch het een en ander meende te weten over onze rechtsstaat.[2]
     De Dik Voormekaar Show is een begrip. De show, ls [sic!] platenprogramma begonnen in 1973 op Radio Noordzee, was nieuw. De totale chaos, de improvisaties, de typetjes, de lol waren ongekend. Je kon hooguit zeggen dat alleen Joost den Draayer eerder al een dolzinnig programma maakte, op Radio Veronica.[3]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

76 % van de Nederlanders;
69 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron “Pedo-spuiter Micha Kat vrij; mag niet meer in buurt Demmink komen” (29/10/2010), HP de Tijd
  3. Bronlink Weblink bron “De Dik Voormekaar Show is terug: op televisie” (27 februari 2009), Het Parool