wild

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wild
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen wild wilder wildst
verbogen wilde wildere wildste

Bijvoeglijk naamwoord

wild

  1. niet tam
  2. onbeschaafd, bruusk
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Zijn wilde haren verliezen
minder gekke dingen gaan doen
Vertalingen

Bijwoord

wild

  1. op wilde wijze
    Hij sloeg wild om zich heen.
  2. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
    wildplassen: Hij plaste daar wild en liep een bekeuring op.
enkelvoud meervoud
naamwoord wild -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

wild o

  1. dieren die niet onder menselijke beheersing zijn opgegroeid
  2. vlees van een wild dier
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

In het wild.

Vertalingen

Meer informatie