dollen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dol·len
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘uitgelaten handelen’ voor het eerst aangetroffen in 1401 [1]

Werkwoord

dollen

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
dollen
dolde
gedold
zwak -d volledig
  1. spelen, stoeien, spotten, gek doen
    • De vader dolde met zijn kinderen, totdat ze de vaas kapot stootten, toen moesten ze van moeder stoppen en de scherven opruimen. 

Zelfstandig naamwoord

dollen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord dol

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen