dolheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

een met dolheid bezeten vrouw vecht tegen haar demonen, Dulle Griet
Uitspraak
Woordafbreking
  • dol·heid
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van dol met het achtervoegsel -heid
enkelvoud meervoud
naamwoord dolheid dolheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

dolheid v

  1. waanzinnige kwaadheid
    • Het roept het beroemde schilderij Dulle Griet op, een allegorie van de dolheid, een prachtig tafereel dat in 1894 door de Antwerpse verzamelaar Fritz Mayer van den Bergh in Keulen is gekocht voor nauwelijks iets meer dan 12 euro (in de munt van toen).[1] 
    • Vrij vertaald: schrijvers hebben altijd de vrijheid gekregen om ongestraft spot te drijven met het leven van alledag, zolang het niet leidt tot raserie. Dat laatste woord laat zich het best vertalen tot razernij, dolheid, waanzin.[2] 
    • Hoewel we inmiddels wel de exacte tijd kennen, bezitten we nog altijd een bepaalde vaagheid in de tijdsterminologie, en dat voert mij tot dolheid.[3] 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Volkskrant Paul Depondt 15 mei 2006
  2. NRC Lamyae Aharouay 28 april 2016
  3. Volkskrant recensiekoning 28 maart 2014