krankzinnig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krank·zin·nig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van krank en zin met het achtervoegsel -ig [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen krankzinnig krankzinniger krankzinnigst
verbogen krankzinnige krankzinnigere krankzinnigste
partitief krankzinnigs krankzinnigers -

Bijvoeglijk naamwoord

krankzinnig

  1. lijdend aan een ernstige psychische ziekte
    Een krankzinnige koning was een ramp voor het land.
  2. overdrachtelijk en afgezwakt: op een vreemde manier zeer opmerkelijk
    Hij kreeg soms de krankzinnigste vragen te beantwoorden.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Meer informatie