woest

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • woest
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘wild’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901 [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen woest woester (woestst) *
verbogen woeste woestere (woestste) *
partitief woests woesters -

Bijvoeglijk naamwoord

woest

  1. onbebouwd, braakliggend
    • Heathcliff, ik kom weer thuis van die donkere, ruige, woeste hoogte. 
    • Het woeste Zillertal. 
  2. wild, ongetemd
    • Over de woeste baren. 
     Op de derde dag kwamen we aan bij een verlaten herdershut langs de woeste Kerns rivier en besloten al snel daar te blijven voor een zero in de natuur.[2]
  3. onbeschaafd, ruw:
    • Woeste piraten. 
     Zij waren keurig gekleed en wij zagen er woest uit en droegen versleten vodden.[2]
  4. heel boos, razend, woedend, spinnijdig
    • Hij werd woest toen ik dat opperde. 
Opmerkingen
  • Omdat "-stst" moeilijk is uit te spreken en te verstaan kan voor de overtreffende trap beter de omschrijving "meest woest(e)" worden gebruikt.[3][4]
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen