staart

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • staart
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord staart staarten
verkleinwoord staartje staartjes

Zelfstandig naamwoord

staart m

  1. (zoötomie) een verlengstuk van de ruggengraat bij sommige dieren
  2. het achterste stuk van een vliegtuig of een auto
  3. een bundel lang haar
    Zij draagt haar haar in een staart.
  4. Bijnaam voor een jongen die zijn haar in een staart draagt
    Kunnen die staarten van hiernaast de muziek niet wat zachter zetten.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Anagrammen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
staren

staart

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van staren
    Jij staart.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van staren
    Hij staart.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van staren
    Staart!

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl