bay

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Vietnamees

Zelfstandig naamwoord

bay

  1. troffel, spatel: gebruiksvoorwerp met een dunne metalen of stalen tong en een rond handvat gebruikt om te bouwen of te plaasteren
    «Dùng bay trát nhà.»
    een troffel gebruiken om het huis te plaasteren
    «bay thợ nề»
    een metserstroffel
    «bay trộn thạch cao»
    plaasterspatel
  2. dun mes gebruikt om olieverf af te schrapen bij het schilderen
  3. voorwerp met rond handvat en twee schuine, fijne uiteinden, gebruikt om uit te hollen bij het beeldhouwen

Bijwoord

bay

  1. snel, makkelijk, categoriek
    «chối bay»
    alles ontkennen
    «cãi bay»
    tegen alles protesteren
    «Nó gánh bay hai thúng thóc đầy.»
    Hij draagt makkelijk twee volle manden rijst op zijn schouders.

Werkwoord

bay

  1. vliegen, wegvliegen: zich voortbewegen door de lucht of de hemel
    «Chim bay
    Vogels vliegen.
    «Máy bay đang bay trên trời.»
    Het vliegtuig vliegt door de hemel.
    «quan sát những con chim tập bay»
    kijken hoe vogeltjes leren vliegen
    «Vệ tinh nhân tạo bay qua bầu trời.»
    De satelliet vloog voorbij in de hemel.
    «Đạn bay rào rào.»
    Kogels suisden voorbij.
    «Con chim bay đi rồi.»
    De vogel is weggevlogen.
    «Bướm bay trong vườn.»
    Vlinders vliegen in de tuin.
    «Ong bay từ hoa này đến hoa khác.»
    De bijen vliegen van de ene bloem naar de andere.
    «không cánh mà 'bay»
    verdwijnen als door toverij (letterlijk: vliegen zonder vleugels)
  2. vliegen: zich voortbewegen/reizen per vliegtuig
    «Nghe tin ấy anh vội bay về nhà.»
    Hij hoorde het nieuws en vloog zo snel mogelijk naar huis.
    «Người phi công ấy thôi không bay nữa.»
    Deze piloot is gestopt met vliegen.
  3. zweven: zich drijvend voortbewegen op de wind
    «Cờ bay trên đỉnh tháp.»
    De vlag zweeft bovenaan de toren.
    «Ở trong dường có hương bay ít nhiều.»
    Het leek wel of er binnen een parfum zweefde.
  4. vlieden, schieten: zich heel snel voortbewegen
    «Đạn bay vèo vèo.»
    De kogel schoot vooruit.
    «Tin chiến thắng bay đi khắp nơi.»
    Het nieuws van de overwinning verspreidde zich als een lopend vuurtje.
  5. verdwijnen, vervagen, vervluchtigen
    «Áo sơ mi bay màu.»
    De kleuren van het hemd zijn vervaagd.
    «rượu bay hết mùi»
    drank waarvan de geur is verdwenen
    «Nốt đậu đang bay
    De pokken zijn aan het verdwijnen.
    «Ê-te đã bay
    De eter is verdampt.
  6. (vulgair) falen, niet slagen
    «Anh nó đỗ, còn nó thì bay rồi.»
    Zijn broer is geslaagd, maar hijzelf is er niet door.
    «Nó bay bài toán vật lý.»
    Hij heeft bij het natuurkundeprobleem gefaald.
Afgeleide begrippen
  1. máy bay, sân bay

Persoonlijk voornaamwoord

bay

  1. jullie: persoonlijk voornaamwoord van de tweede persoon meervoud voor minderen
    «Tao buồn vì bay không chịu làm ăn gì.»
    Ik ben triest omdat jullie niet het minste werk willen verrichten.
Verwijzingen


Papiamento

Werkwoord

bay

  1. gaan
    «Kon ta bay?»
    Hoe gaat het?