slagen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sla·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘gelukken’ voor het eerst aangetroffen in 1596 [1] [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
slagen
slaagde
geslaagd
zwak -d volledig

Werkwoord

slagen

  1. ergatief ~ in: iets bereiken
    • Hij is erin geslaagd om het apparaat weer werkzaam te maken. 
  2. ergatief het examen succesvol beëindigen
    • Van onze eindexamenleerlingen is 98% geslaagd en 2% gezakt. 
  3. ergatief goed aflopen
    • Ondanks het regenachtige weer wisten ze de dag toch nog te laten slagen. 
    • 'Maar we zullen het beste uit moeten kiezen, het plan dat de meeste kans van slagen heeft. [3] 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Met vlag en wimpel slagen
met zeer goede cijfers slagen
  • de geslaagde student
  • slagen in iets
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

slagen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord slag

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Chronologisch Woordenboek, Nicoline van der Sijs
  2. etymologiebank.nl
  3. Herzen, Frank De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 98