slagen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sla·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
slagen
slaagde
geslaagd
zwak -d volledig

Werkwoord

slagen

  1. ergatief ~ in: iets bereiken
    • Hij is erin geslaagd om het apparaat weer werkzaam te maken. 
  2. ergatief het examen succesvol beëindigen
    • Van onze eindexamenleerlingen is 98% geslaagd en 2% gezakt. 
  3. ergatief goed aflopen
    • Ondanks het regenachtige weer wisten ze de dag toch nog te laten slagen. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Met vlag en wimpel slagen
met zeer goede cijfers slagen
  • de geslaagde student
  • slagen in iets
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

slagen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord slag

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl