drijven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drij·ven
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
drijven
dreef
gedreven
klasse 1 volledig

Werkwoord

drijven

  1. op het oppervlakte van een vloeistof (voornamelijk water) rusten
    De in het water gevallen boomstam dreef langzaam naar zee.
  2. in de lucht zweven
    Traag dreven de wolken door de lucht.
  3. doornat zijn.
    Toen zij uren in de regen hadden gelopen, dreven ze van het water.

(overgankelijk)

  1. iets of iemand voor zich uit doen bewegen
    De herders dreven de kudde naar de omheining.
  2. (handel) plegen, (een zaak) leiden, uitoefenen, besturen
    Hij dreef de zaak met grote kundigheid.
  3. slaan, (met kracht) inbrengen
    Hij dreef de spijker met krachtige slagen in het hout.
    Zij nam Aeneas' zwaard, drukte de wens uit dat de verrader de rook van haar brandstapel op zee zou zien en dreef het metaal diep in haar lichaam.
  4. figuren op metaal uitkloppen, ciseleren
  5. aansporen, bewegen tot
    Deze ontwikkelingen alarmeerden Slovenen en Kroaten, en dreef hen snel richting onafhankelijkheid
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen