huilen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Huilen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hui·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
huilen
huilde
gehuild
zwak -d volledig

Werkwoord

huilen

  1. inergatief traanvocht uitscheiden door verdriet (en soms ook vreugde)
    • Maar hij huilde niet. Het heeft immers geen zin te huilen over dingen die toch niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden? [2] 
  2. inergatief (dierengeluid) het geroep van wolven
  3. huilen van de wind: veel lawaai maken
    • De wind huilde en floot door de kieren in de wanden. [3] 
Vaste voorzetsels
  • huilen om
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Herzen, Frank De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 28
  3. Herzen, Frank De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 118