huilen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Huilen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hui·len
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘schreien, janken’ voor het eerst aangetroffen in 1287 [1]
  • [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
huilen
huilde
gehuild
zwak -d volledig

Werkwoord

huilen

  1. inergatief traanvocht uitscheiden door verdriet (en soms ook vreugde)
    • Maar hij huilde niet. Het heeft immers geen zin te huilen over dingen die toch niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden? [3] 
  2. inergatief (dierengeluid) het geroep van wolven
  3. huilen van de wind: veel lawaai maken
    • De wind huilde en floot door de kieren in de wanden. [4] 
Vaste voorzetsels
  • huilen om
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen