baai

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
baai

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • baai
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘inham’ voor het eerst aangetroffen in 1617 [1]
  • [2] [3] [4] [5] [6]
enkelvoud meervoud
naamwoord baai baaien
verkleinwoord baaitje baaitjes

Zelfstandig naamwoord

baai v / m [7]

  1. een landinwaartse uitstulping van een zee of oceaan [8]
    • De boottocht door de baai was echt fenomenaal! 

baai o / m

  1. bepaald soort weefsel, flanel [9]
  2. bepaald soort krullende pijptabak [10]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen