baai

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
baai

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • baai
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord baai baaien
verkleinwoord baaitje baaitjes

Zelfstandig naamwoord

baai v / m [6]

  1. een landinwaartse uitstulping van een zee of oceaan [7]
    • De boottocht door de baai was echt fenomenaal! 

baai o / m

  1. bepaald soort weefsel, flanel [8]
  2. bepaald soort krullende pijptabak [9]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen