zweven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwe·ven
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘drijven’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zweven
zweefde
gezweefd
zwak -d volledig

Werkwoord

zweven

  1. in evenwicht zijn
    • Hij zweefde boven de afgrond. 
  2. zichzelf drijvend voortbewegen
    • Een eigenschap van de adelaar is dat hij op zijn vleugels zweeft. 
  3. heen en weer laten gaan
    • De koersen waren weer lekker aan het zweven vandaag... 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • zweven tussen leven en dood
zo ziek zijn dat men dreigt te sterven
  1.  Daarna verdween de Sint zoals hij gekomen was. Drie dagen lang lag de abt in het ziekenhuis, zwevend tussen leven en dood.[2]
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

zweven mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zweef

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen