bakke

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • bak·ke
Woordherkomst en -opbouw
  • Zelfstandig naamwoord 1: afkomstig uit het Nederduits en Nederlands met herkomst uit het Latijn van bacca
  • Zelfstandig naamwoord 2: afkomstig van het Oudnoorse zelfstandige naamwoord bakki
Naar frequentie 7677


Zelfstandig naamwoord (znw) 1:
znw 1 + 2 enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   bakke     bakken     bakker     bakkene  
genitief   bakkes     bakkens     bakkers     bakkenes  

Zelfstandig naamwoord

bakke, m

  1. een klein dienblad
  2. een kleine kom
  3. (scheepvaart) kom, schaal, schotel (van zeevarenden)
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • krus og bakke
beker en dienblad
Zelfstandig naamwoord (znw) 2:

Zelfstandig naamwoord

bakke, m

  1. helling, vooral aan de kant van een heuvel
  2. (sport) springschans
  3. aarde, bodem, grond (in tegenstelling tot lucht)
  4. de rug van verschillende snijgereedschappen (in tegenstelling tot snede)
Schrijfwijzen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [2]: liten bakke, stor bakke
normale springschans, grote springschans
  • [3]: billedlig: stå på bar bakke
figuurlijk: berooid zijn