helling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hel·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord helling hellingen
verkleinwoord hellinkje hellinkjes

Zelfstandig naamwoord

helling v

  1. een glooiing in het landschap
     Het is de dag voordat de Tour de France de gevreesde helling in de Vogezen aandoet. Liefhebbers klauteren alvast naar adem happend en met knarsende ketting naar boven.[2]
  2. hoek van een lijn of vlak met de horizon
  3. hellend terrein; glooiing
  4. (scheepvaart) glooiend deel van een werf waar schepen gebouwd of gerepareerd worden
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Overerving en ontlening
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. helling op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink Weblink bron Rob Gollin “De helling van de mooie meisjes knijpt de renner de keel dicht” (10 juli 2019), de Volkskrant