heuvel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • heu·vel
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘verheffing van aardbodem’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord heuvel heuvels, heuvelen
verkleinwoord heuveltje heuveltjes

Zelfstandig naamwoord

heuvel m

  1. een kleine verhoging in het landschap
    • Rome is oorspronkelijk gebouwd op zeven heuvels: Palatijn, Aventijn, Capitool, Quirinaal, Viminaal, Esquilijn en Coelius. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen