bodem

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·dem
enkelvoud meervoud
naamwoord bodem bodems
verkleinwoord bodempje bodempjes

Zelfstandig naamwoord

bodem m

  1. een onderkant
    De bodem van de emmer is lek.
  2. de grond
    De bodem raakte hierdoor verontreinigd.
  3. (scheepvaart) een schip
    In de haven lag een vloot van meer dan dertig Engelse bodems.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie