dienblad

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

dienblad
Uitspraak
Woordafbreking
  • dien·blad
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dienblad dienbladen
verkleinwoord dienblaadje dienblaadjes

Zelfstandig naamwoord

dienblad o

  1. (huishouden) plateau om te gebruiken voor het opdienen van spullen
    • Hij liet het dienblad uit zijn handen vallen. 
     De ober balanceerde een zilveren dienblad op de vingertoppen van zijn gehandschoende hand.[1]
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Pfeiffer, Ilja Leonard op Wikipedia “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers op Wikipedia, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 27

Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

dienblad

  1. (huishouden) dienblad; plateau om te gebruiken voor het opdienen van spullen


Veluws

Zelfstandig naamwoord

dienblad

  1. (huishouden) dienblad; plateau om te gebruiken voor het opdienen van spullen