hoogte

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoog·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van hoog met het achtervoegsel -te.
enkelvoud meervoud
naamwoord hoogte hoogtes
hoogten
verkleinwoord hoogtetje hoogtetjes

Zelfstandig naamwoord

hoogte v

  1. een verheffing van de aardkorst
  2. de mate waarin iets hoog is, niveau, peil, stand
    Denver ligt op een hoogte van 1600 meter.
  3. door de frequentie bepaalde klank, toonhoogte
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • op de hoogte zijn
bekend zijn met
  • op de hoogte zijn van iets
kennis hebben van iets
  • op de hoogte blijven
kennis blijven houden door ontwikkelingen en het nieuws te volgen
  • op de hoogte houden
iemand blijvend informeren
  • op de hoogte brengen
iemand ergens over in kennis stellen
  • op de hoogte stellen
iemand ergens over informeren
  • iemand in de hoogte steken
iemand (te veel) prijzen
  • geen hoogte van iets krijgen
iets niet kunnen beoordelen
  • geen hoogte van iemand kunnen krijgen
iemand niet kunnen beoordelen
  • tot grote hoogte stijgen
veel bereiken
  • uit de hoogte doen
je beter voelen dan een ander en dat ook laten merken
  • zich op eenzame hoogte bevinden
beter zijn dan ieder ander
Vertalingen

Meer informatie