waskom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

planter en werknemer gebogen over een witte geëmailleerde waskom
Uitspraak
Woordafbreking
  • was·kom
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord waskom waskommen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

waskom v/m [2]

  1. ruime schaal waarin water zit dat men kan gebruiken om zich te wassen
    • Vervolgens een tussengerecht van mantoe. Dat lijkt een goed moment om die naam te verklaren. Het betekent ten eerste jij-en-ik. Dan is het ook de gastvrije handeling van het aanbieden van een waskom voor de handen met water uit de bijbehorende kan, de Aftaba-lagan. Die zie je ook in het logo van Mantoe afgebeeld. En ten slotte is het een soort van gestoomde dumpling, ook wel op forse dim-sum lijkend, pasta, gevuld met gekruid kalfsvlees en geserveerd met wat rode spliterwten, kruiden, saus en uitgelekte yoghurt, vijf stuks per persoon. Een fors en vorstelijk tussengerecht. En heerlijk[3] 
    • Maar veel liever las ik bij Cissy van Marxveldt, Top Naeff, en J.B. Schuil de belevenissen van jongens en meisjes uit de vroege 20ste eeuw. Die kregen tenminste niet te kampen met saaie jarenzeventigproblemen als milieuvervuiling, gescheiden ouders of jeugdpuistjes; ze hadden wel wat beters te doen. Vriendschap sluiten met zwarte koningszonen uit de Transvaal bijvoorbeeld. Of op een Britse kostschool advocaat klutsen in de waskom. Of veelbelovend zangeres zijn en dan jong sterven aan tbc. Heerlijk.[4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen