back

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • back
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘achterspeler’ voor het eerst aangetroffen in 1899 [1]
  • van het Engels [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord back backs
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

back m

  1. (sport) verdediger, achterspeler
  2. achter(kant)
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
backen

back

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van backen
    • Ik back. 
  2. gebiedende wijs van backen
    • Back! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van backen
    • Back je? 

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders
68 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Engels

Uitspraak

Bijwoord

back

  1. terug
Hyponiemen
Afgeleide begrippen