verlichten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·lich·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verlichten |
verlichtte |
verlicht |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
verlichten
- (overgankelijk) van licht voorzien
- De lantaarnpaal ernaast verlichtte de auto maar gedeeltelijk.
- (overgankelijk) minder zwaar maken
- De afgeworpen ballast verlichtte de ballon voldoende om boven de berg uit te stijgen.
- (overgankelijk) minder moeilijk maken
- Het nieuwe gereedschap verlichtte de taak aanzienlijk.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. van licht voorzien
2. minder zwaar maken