verlichten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·lich·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verlichten
verlichtte
verlicht
zwak -t volledig

Werkwoord

verlichten

  1. (overgankelijk) van licht voorzien
    De lantaarnpaal ernaast verlichtte de auto maar gedeeltelijk.
  2. (overgankelijk) minder zwaar maken
    De afgeworpen ballast verlichtte de ballon voldoende om boven de berg uit te stijgen.
  3. (overgankelijk) minder moeilijk maken
    Het nieuwe gereedschap verlichtte de taak aanzienlijk.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen