donker

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • don·ker

Bijvoeglijk naamwoord

stellend vergrotend overtreffend
onverbogen donker donkerder donkerst
verbogen donkere donkerdere donkerste

donker

  1. zonder licht.
    Door de stroomuitval zitten we nu al anderhalve dag in een donker huis.
Antoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen