donker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • don·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord donker donkers
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

donker m / o [2]

  1. toestand dat er geen licht is, duisternis
Verwante begrippen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen donker donkerder donkerst
verbogen donkere donkerdere donkerste

Bijvoeglijk naamwoord

donker [3]

  1. zonder licht
    Door de stroomuitval zitten we nu al anderhalve dag in een donker huis.
  2. weinig licht terugkaatsend, niet licht van kleur
  3. somber
Antoniemen


Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Woordenboek der Nederlandse taal