schijnsel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- schijn·sel
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van schijnen met het achtervoegsel -sel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | schijnsel | schijnsels |
| verkleinwoord | schijnseltje | schijnseltjes |
Zelfstandig naamwoord
schijnsel o
- zacht licht van een lamp of kaars
- Bij het schijnsel van een paar kaarsen nuttigden wij een intieme maaltijd.