schijnen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schij·nen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schijnen
/'sxɛɪ.nə(n)/
scheen
/sxen/
geschenen
/ɣə.sxe.nə(n)/
klasse 1 volledig

Werkwoord

schijnen

  1. (koppelwerkwoord) zich voordoen, vaak op bedrieglijke wijze
    Dat schijnt erg voordelig, maar er zijn veel verborgen kosten aan verbonden.
  2. in constructie met te + onbepaalde wijs: naar verluidt
    Zij schijnen daar te werken.
  3. (inergatief) straling uitzenden
    De zon schijnt 's middags in de achterkamer.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen