schijnen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- schij·nen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| schijnen /'sxɛɪ.nə(n)/ |
scheen /sxen/ |
geschenen /ɣə.sxe.nə(n)/ |
| klasse 1 | volledig | |
Werkwoord
schijnen
- (koppelwerkwoord) zich voordoen, vaak op bedrieglijke wijze
- Dat schijnt erg voordelig, maar er zijn veel verborgen kosten aan verbonden.
- in constructie met te + onbepaalde wijs: naar verluidt
- Zij schijnen daar te werken.
- (inergatief) straling uitzenden
- De zon schijnt 's middags in de achterkamer.
Vertalingen
1. zich voordoen, vaak op bedrieglijke wijze