verlichting

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·lich·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verlichting verlichtingen
verkleinwoord verlichtinkje verlichtinkjes

Zelfstandig naamwoord

verlichting v

  1. het verlichten
  2. iets wat een gebied of ruimte lichter maakt
    Jan was vergeten nieuwe lampjes te kopen en fietste dus zonder verlichting.
  3. verruiming van het bewustzijn
    Die schreeuw, die bleek de kinderen wakker gemaakt te hebben, bracht hem verlichting...[1]
  4. minder zwaar (dus dragelijker) makend
  5. (politiek) (filosofie) periode van het rationalisme in de 18e eeuw (binnen de westerse wereld) die het denken grondig wijzigde
    Zonder de verlichting zouden we ook hier nog steeds worden geregeerd door (bij)geloof en onredelijkheid
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. Koolhaas, A. (1976). Tot waar zal ik je brengen?, p. 221. Uitg.: G. A. van Oorschot, ISBN 9789028203549.