beetje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • beet·je
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord beetje beetjes

Zelfstandig naamwoord

beetje o dim. tant.

  1. een ~; een kleine hoeveelheid
    Jan heeft een beetje water gedronken.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

beetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord beet