zon
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zon
Zelfstandig naamwoord
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zon | zonnen |
| verkleinwoord | zonnetje | zonnetjes |
- (astronomie) de ster waar de planeet aarde omheen draait, hemellichaam dat de aarde overdag verlicht.
- Als de zon schijnt, gaan veel mensen graag naar buiten.
Vertalingen
1. de ster waar de planeet aarde omheen draait, hemellichaam dat de aarde overdag verlicht
|
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.