zielenroerselen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zie·len·roer·se·len
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord - zielenroerselen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zielenroerselen mv

  1. dat wat zich in de ziel beweegt
    • Niet dat 11-jarigen uitgebreid hun zielenroerselen delen. Astrid: "Dat komt pas als ze naar de middelbare school gaan." Net als Riley laten de Nederlandse meisjes al die gevoelens rondwaren in hun hoofd, zonder er zelf helemaal grip op te hebben. [1] 

Zelfstandig naamwoord

zielenroerselen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zielenroersel

Gangbaarheid

74 % van de Nederlanders;
70 % van de Vlamingen.

Verwijzingen