alma

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

1. Studenten die in een alma eten.
Uitspraak
Woordafbreking
  • al·ma
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord alma alma's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

alma v / m

  1. (Leuven) gesubsidieerd restaurant waar studenten goedkoop kunnen eten
    • Alma is een goede ontmoetingsruimte. Oude alma is een lege ruimte: gezelschapspellenruimte van maken. [1]
    • Maar het waren toch vooral de unieke locaties die de party animals uit hun kot lokten: het station van Antwerpen, Claridge in Brussel, het strand van Oostende, de luchthaven van Luik, een schoolgebouw in Hasselt, een obscure kelder in Brussel, een alma in Leuven, een brandweerkazerne Luik en ART CUBE in Gent. [2]
Synoniemen

Gangbaarheid

41 % van de Nederlanders;
71 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Azeri

Zelfstandig naamwoord

alma

  1. (fruit) appel


Hongaars

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·ma

Zelfstandig naamwoord

alma

  1. (fruit) appel
    «Az alma friss és finom az íze.»
    De appel is fris en smakelijk zoet.
Verbuiging



Papiamento

Zelfstandig naamwoord

alma

  1. ziel


Portugees

enkelvoud meervoud
alma almas

Zelfstandig naamwoord

alma v

  1. ziel


Spaans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
alma almas

Zelfstandig naamwoord

alma v

  1. ziel
  2. (muziek) stapel (van een viool e.d.)